donderdag 7 november 2013

de kippen gaan dood aan coccidiose

Helaas hebben we van onze vier kipjes nog maar één welsumer kriel over. Na de meivakantie werd er geen ei meer gelegd, vreemd vonden we dit wel, maar tijd om er bij stil te staan hadden we niet. We zijn op vakantie gegaan en opa’s en oma’s zorgden voor het dierenspul. Oma belde op, het ging slecht met Jul. Ze werd steeds dunner. Op een gegeven moment viel ze gewoon om. In plaats van, dat de kippen eieren legden, ging oma nu eieren aan Jul voeren. Maar ondanks alle goede zorgen heeft Jul het niet gered. Net na de vakantie ging Bep de derde heen . We hebben haar met eerbied begraven. Ik kreeg van de kinderen de opdracht geen grapjes te maken. Normaal vragen ze, wat eten we vanavond. Er werd me verteld dat ik die dag beslist niet mocht antwoorden, we eten kip vanavond. Maar nee, daar hoefden ze niet bang voor te zijn. Want onze Bep had geen grammetje vet of vlees meer op haar heupen. Bovendien, dieren met namen die eet je niet. Ik ben opnieuw in de boeken gedoken en heb gezocht op het internet. Toen werd Saar ziek, nu wist ik het zeker het kwam door coccidiose. Symptomen zijn; diaree, een bloederige ontlasting, weinig eetlust, ze drinken niet goed. futloos overkomen, matte verenvacht. Als je zo'n kipje oppakt dan voel je dat ze afgevallen is. Saar had last van diaree, kwam niet levendig over, ze zat een beetje in een hoekje. Snel medicijnen hiervoor gehaald. Dagen lang heb ik haar vertroeteld en gevoerd. Extra kruiken voor de nacht. Het mocht allemaal niet meer baten. Uiteindelijk zat er niets anders op dan Saar uit haar lijden te verlossen. En zo bleef onze Jut alleen over. Een kippenhandelaar uit de buurt zei dat de kippen vermoedelijk ook een darmziekte hadden gehad. Dan is alles van binnen kapot. De eileiders verkleefd en leggen ze geen eieren meer. Dus heb Jut voor de zekerheid maar voor darmziekte behandeld. Jut mag blijven, ook al legt ze geen eieren.

zondag 11 november 2012

Roze knoflook uit Lautrac.

De moestuin ligt er wat verlaten bij, hij heeft de laatste tijd wat weinig aandacht gehad. De pompoen planten en de Oost-Indische kers zijn door de lichte nachtvorst bevroren, ze liggen zielig op het land. Ik heb het grootste gedeelte maar laten liggen, mooie natuurlijke voeding. Ik heb knoflooktenen geplant. Tijdens de vakantie in de omgeving van Albi, bezochten we een vide grenier in het dorp Castanet. Er was een boer die een tafel vol had met bosjes roze knoflook genaamd; Ail Rose de Lautrec. Deze knoflook heeft in 1966 van de franse overheid een kwaliteits aanduiding toegekend gekregen, Label Rouge, het is de enige knoflook die dit predicaat mag gebruiken. Om te kwalificeren voor Label Rouge en IGP Ail Rose de Lautrec, moeten de producenten zich houden aan een strikte specificatie, die eisen specificeert als: de voorwaarden van zaad voorbereiding, de data van het planten , de vruchtwisseling, de hoeveelheid kunstmest, oogstdata, de voorwaarden voor het drogen, sorteren en verpakken. Daar de rose knoflook een stevige stengel heeft die niet goed gevlochten kan worden, worden de bollen traditioneel in bosjes tesamen gebonden (en grappe)verkocht. Elke eerste vrijdag van de maand Augustus vind er een dorpsfeest plaats in Lautrec, het Fete de l'ail rose de Lautrec, waarbij de knoflook centraal staat. Er zijn wedstrijden voor de artistieke composities, het proeven van de roze knoflook soep, Rond de gebonden bosjes en wie de langste streng heeft. Er is een optocht van broederschappen in ceremonieel tenue. Er is een vide de grenier en s'avonds wordt er gedanst en gegeten. Hierbij de link naar een filmpje van You tube gepubliceerd op 6 aug 2012 door La Lautrecoise Ail rose de Lautrec. Verder heeft deze knoflook de toekenning gekregen van Europa van IGP, IGP is een Europese bescherming van een landbouwproduct of levensmiddel: - Geproduceerd in een specifiek geografisch gebied. - Ontwikkeld in de IGP specificaties. - Gecontroleerd door een certificatie-instelling.
http://www.ailrosedelautrec.com http://www.rozeknoflook.nl label rouge en IGP Op een deel van de tuin, waar de pompoen en courgettes stonden, heb ik vorige week winterrogge gezaaid. Wat laat, want voor een goede dichtheid had ik het beter iets vroeger kunnen zaaien. Misschien blijft het weer nog even aan de zachte kant en bevordert dit de groei. Rogge wordt vooral geteeld op zand- en dalgrond. Mijn moestuin ligt op veengrond en ik heb veel last van veenmollen, ik heb gelezen dat veenmollen de net ontkiemde jonge roggeplantjes graag opeten. Al met al wordt het dus afwachten. Omdat ik het als groenbemesting wil verbruiken, zal ik geen stro/aren vanaf kunnen halen, eigenlijk wel jammer want hiervan konden we dan een bijenkorf maken. Hierbij een recept van Hermus&Zandstra Knoflooksoufflé uit Lautrec

zaterdag 19 mei 2012

Een moestuinkas

Zo bezig als een bij, dat ben ik geweest. Op de moestuin waren al meerdere keren kasjes vrijgekomen. Ze gingen echter aan mijn neus voorbij. Zoekend op het internet kwam ik een mooie maat kas tegen. Hij stond er nog maar enkele uren op. Met betrekking tot de planning, kwam het helemaal niet uit. Dat komt het eigenlijk nooit, we hebben het altijd al druk. Eigenlijk had ik besloten met een kasje te wachten. Het deel van de tuin waar de kas moest komen, was net ingericht. Ik had de uien gezet, de slaplantjes stonden er mooi bij. De worteltjes waren gezaaid. De kapucijner-planten groeiden goed. Alleen het weer werkte nog niet mee. Maar het leek echt een hele mooie kas en tot nu toe waren ze steeds verkocht, of niet goed van maat. Ik dacht; ik bel de mensen gewoon op. Ik had geluk, de kas was nog te koop en na de prijs gehoord te hebben besloot ik, verkocht. Een weekje later konden we hem ophalen. De lieve mensen hadden hem al geheel uit elkaar gehaald en foto’s van alle hoeken en zijden per mail aan me toegestuurd. Je kunt maar geluk hebben. Nu het in elkaar zetten nog. De kas was wat groen, waar had ik dat eerder bij gezien. Opnieuw aan de slag met schoonmaak azijn, ik zweer er inmiddels bij. Ook deze kas kwam er als nieuw herboren uit. Het opzetten was een hele klus en ik was blij dat ik hierbij natuurlijk op de hulp van mijn man kon rekenen. Er ontbraken alleen wat haakjes en klemmetjes. Deze hebben we bij Vemakas verkregen. Ook hebben we er nieuwe automatische raamuitzetters opgezet. De kas staat er mooi bij, de ruiten glanzen zo, dat je moet oppassen er niet doorheen te willen stappen. Snel wat oude cd’s er tegen aan gehangen voor de vogels. Het enige wat er nog bij moet, is een mooi schaduwnet.

woensdag 26 oktober 2011

Beleef landleven.

Zaterdag 22 oktober 2011 bezochten Joost en ik “Beleef Landleven” in het openluchtmuseum te Arnhem. Nu waren wij niet de enige die dit deden, want direct bij de afslag naar het museum liep de zaak vast. Nog hoopvol opperden wij dat al die mensen vast niet allemaal naar het Museum zouden gaan. Ruim een half uur later wisten we wel beter. Gelukkig had ik de toegangskaarten reeds in mijn bezit, waardoor we een lange rij voor de ingang, achter ons konden laten. Het was schitterend weer. Mijn interesse ging vooral uit naar een mini workshop kippen houden. Door de drukte was de eerste kans hierop al verlopen. Maar wat een geluk, daar was ook de Folkloristische dansgroep “de Klepperman van Elleven”. Op zo’n mooie dag in het museum kun je daar leuke foto’s van nemen.
link dansgroep Lopend langs de diverse kramen hebben we bij Wijngaardedelandman een mooie aankoop gedaan van een Stockli droogapparaat(kruidendroger). Een mooi apparaat om mijn kruiden en bloemen mee te drogen, maar vooral om lekkere snacks op gezonde wijze te maken. Thuisgekomen ben ik er direct er mee aan de slag gegaan. De potjes met gedroogde Appeltjes, stukjes Ananas en plakjes Banaan staan nu op de plank in de keuken te lonken.
De miniworkshop kippen houden was inderdaad mini. Hij was vooral geschikt voor mensen die nog overwegen om kippen te gaan houden. Bij de kraam met kippen, kon je vragen stellen, maar veel aandacht en rust voor de vragen was er niet. Vooral mijn vragen over cossidiose, bloedluis en andere narigheden was dit volgens mij dus niet de juiste plaats. Blij dat er Google is en dat ik hieruit mijn eigen voortgezette opleiding kippenhouden kan samen stellen.

zondag 23 oktober 2011

Alternatief tuinieren.


Enkele jaren terug wilden we verhuizen naar een boerderij in Elp. Helaas stortte de huizenmarkt in en is het er niet van gekomen. Zo ben ik dus begonnen met een moestuin dicht in de buurt. Eerst met vijftig vierkante meter. Dit jaar ging ik naar 100 vierkante meter. Al doende in mijn tuintje bleek er een tuin tegenover me vrij te komen. Deze tuin was vol met plastic, vetplanten en diverse bouwsels. Er was lang geen onderhoud aan gepleegd. Ik zag er wel mogelijkheden in. Achterin een pruimenboom. Met wat moeite moest het wat kunnen worden. Belangrijker nog, het bood perspectieven voor het houden van een volkje bijen. De mannen vonden dat ik wel wat hard van stapel liep. "Ik weet het niet", werd er gezegd.  "Houd jij het nu maar bij die ene tuin" en " deze tuin moet eerst nog geruimd worden". Maar dat was praten tegen dovemansoren. Ik dacht geef mij die tuin maar, dan maak ik hem wel leeg. Heel langzaam wordt het nu iets. Zo’n eerste jaar op een verwaarloosde tuin moet er wel wat aan gebeuren.

Ik besloot om maar te beginnen met de methode van Ruth Stout. Niet dat zij uniek is, vele anderen hebben met haar deze methode ontworpen en toegepast. Ik heb de aarde met stro en paardenmest bedekt. Ik heb de aardappelen op de aarde gelegd en hierover het stro. Op een ander stukje heb ik het stro opzij geschoven en er pompoenen in gepland. Natuurlijk gaf dit veel opmerkingen. Opmerkingen wanneer er geiten of andere dieren op kwamen. De andere tuinders, veel gepensioneerde heren, vonden het maar niets. De aardappels moesten verder de grond in. De aarde moest twee voren diep gespit worden. Belangrijk voor een goed verhouding van aarde, vocht en lucht.In de wandelgangen wordt ik nu de alternatieve tuinierster genoemd.

Het was een gek jaar. Het vroor zeker tot half april. Hierna was het erg warm, en toen kwam de nattigheid. Voor het mooie heb ik de aarde te vroeg bedekt. De zon kreeg zo niet de mogelijkheid om de aarde te verwarmen. Dat mijn aardappeltjes niet te diep in de grond zaten was later wel prettig, zo zijn mijn zwarte aardappels, Vilette Noir, niet verrot.
Aan twee heren op de tuin heb ik wat van mijn kostbare schatten, de Vilette Noir, uitgedeeld. Onlangs vroeg ik aan een van hen; Wat vond je ervan? Niet zo best geloof ik, ze waren weggerot. Tja want die aardappels moesten toch verder de grond in. Van de andere heer heb ik niets vernomen, hoorde in de wandelgangen dat hij ze had doorgegeven.  Hij zag het niet zo zitten, zo’n zwarte aardappel.

Volgens de beschrijving bij Vreeken's zaden is de Vilette Noir een zwartschillig ras voor fijnproevers. Misschien moet er aan toe gevoegd worden, voor mensen die wel eens wat anders willen.

Al met al ben ik best tevreden.

vrijdag 17 juni 2011

Kippen aan huis.
















Toen duidenlijk werd dat een boerderij er voorlopig niet in zat, zijn we maar aan kippen aan huis begonnen. Ik wilde eindelijk wel een vers eitje rapen. Met een jachthond aan huis moesten er wel wat voorzieningen worden getroffen om de kippen veilig te houden. Midden in de tuin hebben we een mooi hek geplaatst. Langs de haagbeuk was al een gaas- hekwerk geplaatst toen we hier kwamen wonen. Je zou kunnen stellen dat de tuin voor de kippen hermetisch is afgesloten, de enige manier is door de lucht. Ik wil niet al te grote kippen. Een lief en volgzaam soort. Een haan is mooi, maar ik ben er niet van overtuigd dat de buren dat kraaien kunnen waarderen. Bij een Veder is het verstandig dat je een haan zeker zo'n 7 of 8 kippen geef om de baas over te spelen. Indien je minder kippen neemt, hen je kans dat de haan veelvuldig op de kip gaat rijden en de kip kaal plukt. Ik wl slechts 3 a 4 kipjes, us wel kippen maar geen haan. Ook wil ik kippen om de eieren, dus moet het kippenras niet al te broeds zijn. Ik zie het niet zitten om de kip iedere keer met haar kont in ijskoud water te houden. Zorgvuldig heb ik alle kippenrassen doorgenomen, na enige tijd wist ik het zeker, wij zouden Welsumer krielen nemen. Een mooi kipje, niet al te groot. Met een levendige aard, maar niet te schuw.
Via de secretaris van de vereniging ben ik bij een fokker in Aarlanderveen/Ter Aar beland. Naast de Welsumer kriel fokt hij ook New Hampshire kriel. Ook deze kip ziet er leuk uit. Vol oet aan onze wensen. Eveneens een rustige en verdraagzame kip. Kunnen echte wel goed vliegen. Onze haag en het hek van 1.70 moet dat wel tegen houden. Dus ging ik uiteindelijk met twee Welsumer en twee New Hampshire krielen naar huis. Thuisgekomen was New Hampshire kriel echter lastig in te tomen. Geen hek of haag was ze te hoog, ze vlogen er zo overheen. Na wat wisselingen hielden we uiteindelijk twee Welsumer krielen genaamd Jut en Jul , één New Hampshire kriel genaamd Bep de derde en een Amrock kriel genaamd Saar, over. Wat me vooral aanstond aan de Amrock kriel, is dat ze niet hoog vliegen. Hoefde ik niet bang te zijn dat ze over de haag zou ontsnappen. We hadden de kipjes nog maar net, toen de Meivakantie kwam. Geen nood, Marretje zou wel voor ze zorgen. Geweldig vond ze het. De kippen volgden haar overal. Ze wist alleen niet wat ze met al die eieren aan moest. Wat kon ze er nog meer mee maken? Kennelijk had ze niet bedacht dat wij bij terugkomst ook wel zo’n eitje lustten. Midden in de nacht kregen we een telefoontje, de kippen waren verdwenen. Ze liepen op straat. Met een zaklamp zoekend in het donker heeft ze met hulp van de buren de kippen weer terug gevonden. De avonden erop, tijdens de avondschemering, verdwenen de kippen weer. Maar s’ morgens liepen ze weer vrolijk in de tuin. Ik vroeg; “Zitten ze niet in de bomen? Nee, ze zouden echt verdwijnen. Thuis gekomen werd het me al snel duidelijk. Ik hoorde een zacht geronk, komend uit één van de Catalpa’s. En ja hoor, daar zaten de kipjes. Saar, die kon niet zo hoog, die zat wat lager in de haag. De andere kipjes zaten mooi in de takken van de Catalpa. Hierop hebben we ze toch maar gekortwiekt.